Werk, kinderen, afval, platteland en radio…

Om te beginnen heel veel dank voor alle lieve en hartverwarmende berichten!!

Dat is keer op keer weer een feest om te lezen. Het leven hier gaat inmiddels gewoon(!) door. We maken vuurtjes voor thee, missen niet langer een douche maar zijn behendig met het bakje, geen spierpijn meer van de yoga maar nog wel wat moeite met opstaan om 07.00, we zijn kletsnat van zweet of van regen en we werken vrolijk door. Naast deze gewone dingen zijn we deze week een dagje met de kinderen meegeweest om afval te verzamelen, zijn we uitgenodigd bij de radio en hebben we Wanda’s familie bezocht op het platteland… een lang verhaal maar het is zo fijn om al die indrukken en belevenissen te beschrijven!

Werk en afval verzamelen
resized_0 workshop resized_0.1 workshop resized_0.2 workshop

De tijd vliegt. We hebben wederom een goede week gehad. Het is heel leuk om te merken dat de kinderen leren en ‘stapelen’!! We doen de ‘acteurs training’ waar we proberen te presenteren zonder lachen en met een open blik voor ‘het publiek’ te staan, of dit nu lukt of niet er wordt natuurlijk sowieso hard geapplaudisseerd en gebogen. We doen vertrouwensoefeningen met en zonder blinddoek. Voor deze straatvechtertjes is deze vorm van samenwerken niet vanzelfsprekend en het kost ze wat moeite, maar de stappen die ze erin zetten zijn verbluffend. Mijn mond valt open wanneer ik ons grootste schoffie met zorg en afstemming zijn maatje met blinddoek over een omgevallen bank heen zie leiden. Natuurlijk is dat ook het doel, maar er zijn zat kinderen voor wie het al fantastisch is wanneer ze gewoon lopend i.p.v. rennend, de geblinddoekte over de obstakels leiden. Daarnaast spelen we allerlei scènes rondom het thema ‘familie’ en werken we aan fysieke transformaties (wat niet verder komt dan illustreren, maar deze illustratie weten ze inmiddels al aardig fysiek te maken).
Gemiddeld hebben we tussen de 13 en 20 kinderen, waarvan een kleine groep er altijd is en de rest soms wel en soms niet komt. We beginnen standaard een half uur te laat en het komt geregeld voor dat we nog moeten wachten op een groepje kinderen dat hun laatste afval aan het verkopen is. Vanaf volgende week gaan we gericht werken aan onze presentatie.

Vandaag had iedereen de opdracht om iets mee te nemen van thuis wat hem dierbaar was. Ons ‘speciale kind’ (de jongen is volgens mij zwakbegaafd) bracht zijn – vieze – shirt mee. Dit was hem heel dierbaar want hij had het van zijn buurman gekregen en dat betekent dat die buurman van hem houdt. Een andere jongen bracht een heel klein speelgoedpistooltje mee, gevonden bij het afval. Hij droomt ervan om acteur te worden in een actiefilm. Een jongen die ik nog niet eerder gezien had, bracht een tasje mee van een roze poedel. Hij vertelde met een zachte stem dat zijn moeder het had willen weggooien omdat het vies was, dat hij het toen gewassen heeft en het toen mocht houden. Dit was kort voor zijn moeder vertrok naar Manilla. Deze zelfde moeder slaat hem wanneer ze er wèl is, dus je kunt je afvragen wat beter is. Arme jongen en wat dapper dat hij dit durft te vertellen. In stilte luisteren naar elkaars verhalen is een hele moeilijke opgave, maar toch zijn ze bij elkaar betrokken. Ook vind ik dat ze steeds beter in staat zijn om echt naar elkaar te kijken tijdens het spelen van scènes.

Zondag gaan we mee afval verzamelen. Met de hele groep op weg naar de stortplaats. Plastic en karton wordt in vieze rijstzakken verzameld en er zijn allemaal regels  − over wat wel en niet mag − die ik niet begrijp. We komen aan bij de vuilnisbelt. Veel kinderen, maar ook volwassenen, ploegen systematisch door het afval. Ik ben dankbaar dat deze plaats aan zee grenst en dat de zon zich achter de wolken verstopt want anders vrees ik dat de stank en vliegen me snel hadden weggejaagd. Nu is er alle ruimte om rustig rond te kijken en even vergeet ik de blote voetjes tussen al dat glas, vergeet ik dat deze kinderen dit moeten doen om eten te kunnen kopen en vergeet ik hoe vies het eigenlijk is. Ik zie kinderen, die spelen. Iemand vind een plastic ijslepeltje en speelt dat hij daarmee ijs eet, ik roep nog: “Niet in je mond!” en zie daar dan de ironie van in. Pépé sleept de hele tijd een plastic auto (of in elk geval de bodem daarvan, op 4 wielen) achter zich aan; als Chabilita daar een steen op legt wordt hij woedend. Onze speciale boy vindt twee hele slippers – een knalroze en een paarse – die hij aantrekt, maar later al weer kwijt is. Ik sta er tussen, ik zie het, ik ruik het, maar kan niet bij de realiteit. Of misschien heeft deze realiteit, naast het zware, ook een andere kant? Ik weet het even niet. Zie lachende koppies en kinderen die samen zijn. Toch weet ik ook dat al die lachende koppies naar school zouden willen, dat dit werk dag in dag uit moet om iets te eten te hebben, dat geen enkel kind hier een veilig thuis heeft met een lieve papa en mama die voor ze zorgt. Zelfs als je er middenin staat, is het niet goed te bevatten. Wat ik wel bevat is dat ik zoveel liefde voor deze kinderen kan voelen. Als ik ze met het plastic lepeltje zie spelen of ze allemaal in de kring dàt zie vasthouden wat hen dierbaar is, of als ze voortdurend de slappe lach hebben tijdens scènes…

resized_1 afval resized_2 afval resized_3 afval

We komen op de radio!!!
De jeepny’s hier gaan pas rijden als ze vol zitten. Vol betekent echt vol, en als zij het niet vol genoeg vinden wachten ze gewoon nog een tijdje. Sommige jeepny’s hebben een extra medewerker die geld ophaalt en mensen probeert te ronselen. Ik heb al tijdens de eerste eindeloze wachttijd, waardoor we te laat gingen komen voor onze tweede workshop, alles losgelaten en wacht gewoon braaf. Maar deze keer duurt het me te lang en besluit ik de afwezige medewerker te vervangen. Ik ga achter de bus hangen en roep naar iedereen “Aljis… Libertat” met een zelfde geluid als ik de mannen altijd hoor doen. Natuurlijk trekt dat veel bekijks en zo ook van een vrouw die in de jeepny zit. We raken aan de praat en ik vertel wat we hier doen. Het is een tijdje stil en dan haalt ze een kaartje uit haar tas. Ze werkt bij de radio en is zeer geïnteresseerd in ons werk en de stichting. Ze heeft zelfs een organisatie die dit soort initiatieven wil ondersteunen bij promotie en organisatie. Of we een afspraak willen maken, zodat we in elk geval in de uitzending kunnen komen. Onze mond valt open. Fantastisch!

Later deze week hadden we een ‘zakenlunch’ met haar. Ze wilde van alles weten en vertelde wat het interview zou inhouden. We krijgen in elk geval een half uur zendtijd, misschien meer, en we mogen vier kinderen meenemen. De kinderen mogen hun lied zingen en we mogen alles filmen voor de documentaire (vervolg van de eerste Little Voices docu) die we aan het maken zijn.
Volgende week zondag is de uitzending. Ik kan niet wachten tot het zover is. Jammer genoeg is mijn Engels niet goed genoeg (vind ik zelf) dus ik zal alles filmen, maar dat de kinderen de studio in gaan om hun lied te zingen… Dat is zo zo zo super!!!

Naar het platteland
We bezoeken Wanda’s familie op het platteland. Bepakt met tassen vol rijst, groente, fruit en sweet namens hun Nederlandse dochter, besluiten we een Tricycle te nemen i.p.v. de wandeling langs de rijst en suikervelden. Deze keuze blijkt een onmogelijke opgave. Alle werkers op het land staken de zware arbeid en staren met afkeurende blikken ons voertuig na, dat zich een weg probeert te banen door alle hobbels en gaten heen. Halverwege besluiten we toch maar te lopen en betalen we de Tricycle-rijder het bedrag dat hij eigenlijk wilde hebben.

Nanay komt ons, samen met een neefje, tegemoet en zo komen we bij het prachtige gemeenschapje midden tussen de landerijen. Er staan tien bamboehuizen die bewoond worden door twee families. Een zeer warm welkom waar we, zonder echt te kunnen communiceren, toch veel pret hebben. Foto’s van Wanda worden overal vandaan gehaald en tussen de vele hanen door krijgen we een rondleiding langs alle huisjes. (Er zijn hier zoveel hanen omdat hanengevechten hier een favoriete sport is). De rust – als de hanen stil zijn – is heerlijk en het uitzicht dat we hebben vanaf deze heuvel zijn uitgestrekte velden, waarop vele mensen en waterbuffels keihard werken.

’s Nachts moet ik naar de wc. Dat betekent over en langs zo’n 8 slapende mensen, dan in het pikdonker langs alle slapende hanen – die wakker worden en door de hele vallei worden hanen wakker – om vervolgens bij vier bamboe stokken met plastic er omheen gespannen aan te komen. En daar, tussen die vier plastic doeken die op navelhoogte stoppen, is een gat in de grond.
’s Ochtends worden we gebroken wakker. Slapen op bamboe is behoorlijk pijnlijk als je het niet gewend bent. Maar dit leed is snel vergeten wanneer we met handdoek en lege waterflessen naar beneden lopen om bij ‘de spring’ onszelf te verfrissen. Later op de dag ben ik nogmaals op weg naar die fijne plek waar mensen wassen en gewassen worden en waar andere watergerelateerde rituelen worden uitgevoerd. Deze keer kom ik aan met wat vertraging, want net als ik naar beneden wil lopen komt de knappe, stille indiaan langs op zijn waterbuffel… Waar hij heen gaat. Naar het land om te werken. Of ik mee mag. En zo klim ik achterop en rij met indiaan op waterbuffel tussen de suiker-/rijstvelden door. De zon komt af en toe achter de wolken vandaan en de indiaan plukt een groot bananenblad wat me schaduw biedt. Wat een leven en wat heerlijk om daar even deel van te mogen zijn.

resized_platteland 2.1 resized_platteland 2 resized_platteland 3