Eerste Blog – Wat een land……

Laat ik beginnen met wat we hier al twee dagen zeggen: Gelukkig Nieuwjaar!!!

Vanaf het moment dat we gister opstonden was dit de zin om iedereen mee te groeten.
Maar laat ik bij het begin beginnen. De vlucht van Frankfurt naar Chennai was een waar feest aangezien het vliegtuig vol zat en we tot onze grote verrassing businessclass ‘moesten’ vliegen. Wat een verschil is dat! Stoelen die tot bedden kunnen schuiven, meters ruimte, over vriendelijke stewardessen en een meer gangen keuze menu. En dan heb ik het nog niet eens over de pakketjes en verborgen knopjes waarmee de systemen van de stoelen gevuld waren. Of de echte business mensen ons enthousiasme konden waarderen weet ik niet, maar wij hebben ons opperbest vermaakt.

Aangekomen in Chennai, viel de warme klamme deken van India direct over ons heen. Het was midden in de nacht maar daarom niet minder warm. We waren zo door de douane heen en gelukkig waren beide tassen aangekomen. Tijdens het heen en weer sjouwen van pin naar prepaid tax boot en terug, zagen we bij de verschillende uitgangen van het vliegveld al kluiten mensen staan. Welkom in India. Het moment van uit het vliegveld stappen is toch altijd weer spannend. Teun had ons gezegd dat we het papiertje van de taxi (die we op het vliegveld hadden gekocht) niet moesten afgeven voor we bij het hotel waren…. maar we waren het vliegveld nog niet uit en het papiertje was al in de handen van diverse Indiërs. ‘Hoe zat het ook alweer met fooi geven, en afdingen en waarom loopt die man met Tet haar tas weg’. Ik kon me met geen mogelijkheid voorstellen dat ik dit spel ooit beheerst had en zelfs leuk had gevonden. Na wat manoeuvreren tussen vele toeterende taxi’s werden we dan toch in een taxi gelaten om vervolgens een heel stuk naar het hotel te rijden. Overal slapende mensen, vieze straten.
De eerste nacht was pittig. Ik kon niet slapen van het geluid van de fan en vroeg me vooral af wat ik hier in vredesnaam kwam doen. Een vies, stinkend, arm land vol vreemde regels en vreemde mensen.

Na toch een beetje geslapen te hebben stapten we in het overvolle treinstation van Chennai, waar we de dag begonnen met een tali meal – allemaal verschillende (hete) sausjes op een bord met in het midden rijst en chapatti –. De man die bij ons aan het tafeltje zat, had alle bakjes al leeg gekiept en lepelde met zijn handen de rijstebrij lekker naar binnen. Ik moet zeggen dat het smaakte, maar meer dan een paar happen kreeg ik niet weg, wat verontwaardigde gezichten opleverde bij het bedienend personeel. Terwijl Tet opzoek ging naar koffie landde ik tussen de honderden Indiërs op de grond in de stationshal. Even ademhalen. De overprikkeling zakte langzaam en ik kon rustig om me heen kijken wat vele wegschietende blikken opleverde. De enorme tv schermen waarop Bollywood sterren zich van hun beste kant lieten zien en horen is toch wel een verandering met zes jaar geleden.
De zeven uren daarna brachten we door in de trein. Terwijl Tet vrienden sloot met de vijf mannen met wie wij onze bankjes deelden, stond ik in de deuropening. De snelheid van de trein maakte dat het lekker koel was en zelfs best spannend om in de open deur te staan. Als cadeautjes kreeg ik steeds korte inkijkjes van prachtige Indiase taferelen en ik begon warempel te ontspannen. Ik ben er weer…de kleuren, de geuren, de mensen die toch een beetje op mij lijken. In de verte zag ik de zee en als ik mijn ogen dichtdeed (en mijn oren) dan rook ze net zo als onze Zeeuwse zee.

Ik schreef het bovenstaande stukje vanochtend voor we ons eerste bezoek aan SKCV hadden, nu is er al weer zoveel gebeurd dat het naast niet meer allemaal op te schrijven is. Natuurlijk is het ook niet nodig om alles op te schrijven, maar tegelijkertijd heb ik zoveel behoefte om alles te delen want het is zo-zo-zoveel allemaal.
Toch nog even terug dus… gister de treinreis is goed verlopen. Er kwam een vraag of ik een liedje op de gitaar wilde spelen, maar die was zo ontstemd dat dit niet ging lukken. Toen hebben Tet en ik een mooi Nederlandse staaltje ‘kanon’ gedaan…Vader Jacob! Onze medereizigers hadden veel plezier om ons, op een enkele zeer boos kijkende meneer of mevrouw na.
Ik voelde me meer ontspannen en begon net te denken dat ik deze reis wel zag zitten toen we aankwamen in het hotel en ik bij het openen van mijn kamer direct een kakkerlak over mijn bed zag rennen. Deze vriendelijke kakkerlak was samen met zijn broertje voor mij weer een stevige druppel de andere kant op. Huilen huilen. Ons hotel is zeer goedkoop maar daarmee ook behoorlijk shabby. Echt Indiaas, leuk als je er in Nederland over nadenkt – dit hoort er immers bij en is het echte India – maar in dagen van overprikkeling kan dat dan toch iets minder romantisch zijn. Met de klamboe van Chris heb ik een hut gebouwd die ik vanbinnen aan alle randen heb vast gelegd met spullen. Beetje overdreven, maar ik wist dat als ik dat niet zou doen, ik de hele nacht niet zou slapen.
Om iets voor twaalf zijn we het dak op gegaan om daar het nieuwe jaar in te luiden. Wat een verademing, de temperatuur was heerlijk en de drukte ver onder je horen met de illustratie van allemaal lichtjes beviel me wel. Om twaalf uur knalde het vuurwerk de lucht in en kuste we elkaar nieuw jaar op deze bijzondere plek. Ook al denk ik meerdere malen per dag ‘even niet, even huilen, even naar huis’ toch is het ook een waar avontuur.

Vanochtend hebben we ontbeten in een luxe hotel. Vijayawada  is geen toeristische stad dus er zijn zeer weinig mogelijkheden om even te zitten of om rustig iets te eten. Gelukkig had dit hotel toast. Om 13.00 uur kwam KP (ons contact persoon van SKCV) ons halen om kennis te gaan maken in the office (het eerste fase huis waar de kinderen rechtstreeks van straat komen). Eerst hadden we een gesprek over de betekenis van drama als therapie en drama als kunst. KP heeft zelf een opleiding gedaan tot creatief therapeut. Hij wilde van ons weten wat we wilden bereiken, zowel voor onszelf als voor de kinderen. Ik vond het converseren in het Engels best lastig. Mijn Engels is al niet zo goed, en die Indiërs hebben dan ook nog een onmogelijke manier van uitspreken waardoor ik de helft niet begrijp en me nog onhandiger voel. Wat ik nu zou willen bereiken is dat de kinderen door het spelen zich krachtig en blij voelen, ze plezier hebben en tegelijkertijd een stem hebben vanuit wie zij zijn en wat zij willen. Dat zal geen blijvend groot effect hebben, maar ik denk wel dat elk moment dat een kind dit even kan ervaren waardevol is.

In the office hadden we eerst een ontmoeting met de directrice. Dit voelde als een waar sollicitatie gesprek, waarbij er weinig vragen kwamen en ik me wederom zeer ongemakkelijk voelde. Wat een heel goed gevoel gaf was de sfeer. Diverse kinderen kwamen binnen lopen, gingen erbij zitten, verdwenen weer. We werden uitgenodigd voor de lunch als we het niet erg vonden om op de grond te zitten. Op de grond, met handen in de rijst…tsja, toen voelde ik me helemaal een Indiaas meisje. Daarna kregen we een rondleiding door het gebouw, waarbij ik genoot van alle kinderen die we tegen kwamen, met ons mee liepen, spelletjes lieten ziet, gelukkig Nieuwjaar wenste (10 achter elkaar, met handen schudden), dansjes lieten zien en veel pret hadden om gekke bekken en elkaar maar half begrijpen.
Het is heel duidelijk dat SKCV ontzettend goed georganiseerd is. Een zeer verzorgde documentatie, schoon, sfeervol. We kregen alle mappen en documenten te zien. Ze houden bij welke kinderen nieuw binnen komen, welke buiten de deur werken, welke kinderen vermist worden en van elk kind alle gegevens. Het is toch schokkend om te zien hoeveel kinderen er vermist zijn en hoeveel kinderen niet binnen. Er was net een jongetje binnengebracht van wie ze de vader hadden opgespoord. De jongen was weggelopen en zag er zo bang uit. Zeer begrijpelijk wanneer ik de donkere blik van vader zag. Er is ook een ziekenhuisje in het pand. Ziet er ook heel school uit en heerlijk rustig. Heel anders dan het ziekenhuis was ik ooit in Kathmandu bezocht, dat was toen een hel en hier zou ik best willen liggen (op het eerste gezicht dan).

Na dit bezoek zijn we met twee mensen (ik ben niet goed in namen en al helemaal niet in Indiase namen) naar de “winkelstraat” gegaan om twee punja’s (Indiase kleding, hoop dat ik het goed schrijf haha) te kopen. Fijne katoenen pakken waarin we goed kunnen werken.
Tot slot bezochten we vanavond een ceremonie van de Rotary omdat de jongens uit het jongenshuis daar moesten dansen. Wat een chaos, een eindeloos gepraat, gezang en van alles meer. Het was ontroerend om die jongens in heftige glitterjasjes (op de Backstreet Boys) te zien Bollywood dansen. Het idee dat ze ooit nog op het spoor leefde, zoals vele kinderen die ik tijdens de trein reis langs het spoor zag. Wat een fantastische organisatie is SKCV, dat ze dit samen met de kinderen kunnen bereiken. Tet en ik werd verzocht om ook onze bijdrage te leveren aan deze feestelijke avond en wel met ons volkslied. De rumoerige zaal werd er stil van, maar verder ben ik dankbaar dat het niet gefilmd is! We moesten ons voorstellen en vanaf het moment dat ik vertelde dat ik geboren ben in India maar opgeroeid in Holland keek alle vrouwen in de zaal met een innige glimlach naar me. Ik kreeg er bijna de slappe lach van. Bijna, want ondertussen voelde ik me zo beroerd (ben nog niet helemaal beter) dat ik blij was dat er een moment kwam dat we er tussenuit konden glippen.

Het lijkt of we hier al een hele tijd zijn. Er zijn veel leuke momenten, ook momenten dat ik echt geniet van alles om me heen maar ik vind het ook behoorlijk pittig. Het niet verstaan, het niet fit voelen, het slecht slapen. Geregeld verlang ik bij momenten innig naar huis, maar als ik nu een ticket zou krijgen denk ik toch niet dat ik direct op het vliegtuig zou stappen.
Maar even door zetten, laten zijn wat het is. Wennen hoort er vast bij…*zucht. Zo nog maar even een potje huilen en dan mijn klamboe weer om me heen sluiten als een kakkerlakbestendig hol. Lang leven India.

Ik ga proberen nog wat foto’s te uploaden. Want de schitterende beelden wil ik jullie na zo’n mineur eind van mijn blog niet onthouden. Want ook dat is India. Prachtig versus Verschrikkelijk. En ik maak het dit maal allebei mee.

Liefs,
Narhea