De laatste blog gevuld met tranen en liefde

Dank voor alle hartverwarmende berichtjes na mijn vorige blog……..

Dit wordt de laatste. De allerlaatste blog van deze reis. Filippijnen 2012, Little Voices. Een blog vol liefde en vol tranen. In mijn vorige blog heb ik al iets verteld over het verdrietige afscheid, maar nog niet hoe het echt ging en ook nog niet over de fantastische dag die daaraan vooraf ging. Dat en iets over de paradijselijke schoonheid die we de laatste week hebben gezien in deze allerlaatste blog.

Filippijnen glijbaan2 glijbaan3

Om mijn nek het kettinkje van Pepe, het kettinkje met het kruis dat hij altijd droeg. Aan mijn pols het bandje van Chabelita en het beschermbandje van Bart. Ik wil niet schrijven over hoe de feestdag met het afscheid als vervolg ging, ik wil niet de laatste letters op papier zetten, ik wil niet dat het stopt. Grace riep de laatste dagen voortdurend dat het geen eind was maar een begin. Mooie woorden, maar behoorlijk loos op het moment van vertrek. De dag van het afscheid, maar ook de dag van de verjaardag! Die nacht was de regen begonnen. Zo veel en zo hard dat het niet meer te herkennen was als regen en ik met mijn handen voor mijn oren, huilend in bed, ervan overtuigd was dat de voorspelde tsunami gekomen was. Gelukkig, gelukkig was dat niet het geval, maar de hevige regenval veroorzaakte wel ondergelopen gebieden. Zo ook het gebied van het zwembad waar we de verjaardag zouden vieren en de ouders van de kinderen wilden hen niet meer zomaar toestemming geven. Ondertussen bleef de regen met bakken uit de hemel komen. Doorweekt kwamen we aan op de verzamelplek waar we nog drie kinderen misten. De rest had die nacht wederom om vier uur aan Danka’s deur gestaan en riepen ons toe dat we laat waren, toen wij op de afgesproken tijd arriveerden. Het duurde twee uur voor we konden vertrekken. Twee uur vol tranen van Tricia, die als straf van haar moeder niet mee mocht, twee uur vol geregel met een telefoon die geen bereik had door de regen. Twee uur hangen, wachten, regelen, smeken… maar uiteindelijk vertrokken we. In de regen, naar een ander zwembad met een incomplete groep. Even was ik bang dat het niet meer leuk kon worden. Ondanks de slingers en ballonnen in onze tas. Maar toen we eenmaal in het zwembad waren en de glijbaan aanstond, begon het feest. De kinderen speelden en wij versierden de tafel. Ballonnen met ‘I Love you’, feestbordjes met Happy Birthday, rietjes en kaarsjes, 15 mooi ingepakte cadeautjes en een grote chocolade taart met de tekst: Happy Birthday Little Voices en daaronder alle namen.

Terwijl wij alles klaarzetten, mochten de kinderen niet op die plek komen. Ken vergat dat voortdurend en kwam elke tien minuten aangerend: “Narhea, practise!”. Zijn zwemmen gaat op z’n hondjes en het liefst klemt hij zich daarna zo snel mogelijk met armen en benen tegen me aan. Ik zeg hem dat we weer zullen oefenen. Na de taart.

Met ogen dicht leiden we ze naar de tafel. 15 kinderen die nog nooit een verjaardag hebben gevierd. 15 kinderen die leven zonder gezien te worden. De ogen mogen open, ze stralen, lachen, blazen de kaarsjes uit, zingen happy birthday en openen hun cadeautje. Ieder zijn eigen boekje met zijn eigen portret een persoonlijke brief voorin en tien foto’s van de afgelopen weken. De rest van het boekje is leeg, ruimte voor dromen, verlangens en gedachtes.

taart1 taart2 taart3

Ze blijven maar bladeren, en bij elkaar kijken, op onze foto wijzen, het verhaaltje lezen. Ik zie ze bezig en besef dat ze echt een groep zijn geworden deze weken. Goud. Dit moment, deze kinderen, deze groep. Goud. Bewust van de laatste uren ga ik elk kind zorgvuldig af met mijn blik, ieder zijn eigen trekken die inmiddels vertrouwd aanvoelen. Toen we de dag ervoor, na de laatste performance, samen friet gingen eten bij een soort Mac Donnalds, zei een vrouw tegen Grace: “Hé?! Die buitenlanders kussen en knuffelen die kinderen…”. Ik dacht: “Maar mevrouw, ik snap echt niet dat u uw eigen kleine landgenootjes… dat u deze kinderen vies vindt.” Op dat moment passeert mijn blik MacGrey, zie ik zijn vieze benen en moet lachen. Wat een bizar leven hier. Bij de radio vroegen ze me wat ik mee naar huis zou nemen. Toen antwoordde ik in een opwelling dat ik niet wist dat ik zoveel liefde kon voelen…

We hebben nog twee uur. We duiken, zwemmen, knuffelen, gaan 1000 keer van de hoge snelle glijbaan waarbij we gillen en joelen. Pepe komt naar me toe en doet zijn kettinkje bij mij om. Holland, zegt hij. Dat ik hem niet mag vergeten. Te groot, echt te groot, Pepe draagt dit kettinkje altijd omdat het hem te beschermt. Ik zal het dragen, elke dag en aan hem denken. Mijn afrikaanse beschermpoppetje geef ik aan Ken, voor als hij ‘s nachts op straat ligt en bang is. Mijn Christoffel beeldje dat me zeer dierbaar is, wil ik eigenlijk zelf houden. Maar dan kruipt Makoy tegen me aan… Makoy was de eerste week bij ons. Onhandelbaar en onder invloed van de lijm. We hebben hem toen weggestuurd omdat het echt niet meer ging. Voor de documentaire vertelde hij dat lijmsnuiven hem het gevoel geeft dat hij kan vliegen, en hij voelt dan ook geen verdriet en honger. De laatste twee weken kwam hij terug. Nog nooit heb ik zo’n grote verandering gezien, hij gedroeg zich voorbeeldig, was verlegen maar deed vol enthousiasme mee en ging heel langzaam en heel voorzichtig fysiek toenadering zoeken. Ik lag enig moment uitgeteld op de grond en hij schoof naast me met zijn hoofd op mijn schouder. Lieve, lieve Makoy. Ik geef hem mijn Christoffelbeeldje, hij heeft het veel harder nodig dan ik. Dangka vertelde later dat hij naar haar toe was gekomen om het te laten zien en haar vertelde dat hij echt geen rugby (lijm) meer zou gebruiken en dat hij het beeldje vast zou houden wanneer hij het moeilijk had. Zowel Chris als ik geven alle onze gekregen beschermengelen weg, en we krijgen er minstens zoveel terug.
Voor het grote verdriet aanbreekt is er nog één feest. Shampoo!! De douches van het zwembad puilen uit van het sop, ogen verdwijnen en zwarte haren worden wit. Een onbeschrijfelijke chaos met zingen, dansen en heel veel soppen. Daarna ruiken ze als engeltjes (dit hadden we vóór elke workshop moeten doen).

shampo 1 shampo 2 shampo 3

Het moment van afscheid is daar. Grace zegt de woorden “Het is tijd om afscheid te nemen”, alle kinderen breken op het zelfde moment. Iedereen huilt en huilt. Schokkende, ineengedoken lijfjes, sommigen op het bankje, anderen met hun gezicht naar de grond of tegen een boom. Zacht gejammer dat van ergens heel diep komt. Dit kan niet, we kunnen niet weggaan, het kan echt niet. Badu is de enige die niet huilt, hij tekent, tekent en telt zijn vijf stiften, again and again. We houden elk kind even vast, huilen net zo hard als zij, fluisteren “Halong”, “take care” en “love has no borders” in hun oren. Leeg, lege woorden want we gaan. We laten ze hier achter. In dit tranendal kijkt MacGrey (onze special boy) enigszins verbaasd om zich heen. Dan ziet hij mij, steekt zijn hand op, glimlacht breed en roept “Nahaa!” Ik lach door mijn tranen heen.
Bagong is een klein straatratje die het ene moment heel knuffelig is, op schoot wil, geaaid wil worden en tegen je aan wil slapen en het volgende moment kan hij je alleen maar pijn doen, en rennen, en niet luisteren. In zijn zachte momenten zei ik hem soms “I love you”. Dan keek hij me wantrouwend aan en stoof vervolgens weg. Nu, tijdens al die tranen duwt hij een klein kartonnetje in mijn hand. Het kartonnetje wat in het mapje met stiften zat wat ze bij de boekjes hebben gekregen. Op de achterkant staat geschreven: I love you to Narhea you I you to.
Als laatste houd ik Chabelita vast. We weten wat we delen, wat we herkennen in elkaar. Ik laat haar achter. Ze huilt zo hard.
We stappen in de trycicat, die gaat rijden… Badu huilt ook, alle grote jongens huilen, alle kleintjes… maar ze zijn samen. We laten een groep achter, waarvan ze allemaal hebben gevoeld wat zacht is, en teder. Ik hoop, hoop, hoop dat ze dit doorzetten. Thuis en op straat krijgen ze die warmte niet maar misschien kunnen ze het een beetje aan elkaar gaan geven… Terwijl we rijden, springt Bagong voor de trycicat, met zijn armen wijd en een huilkreet springt hij op mijn schoot en klemt zijn armen om mijn nek. Later kunnen we lachen om deze overdramatische (gevaarlijke) actie, maar op dat moment weet ik niet waar ik het zoeken moet.

‘s Avonds hebben we thuis een afscheidsfeestje. Mama, dronken als ze is, blijft herhalen dat het is dat wij zulke goede kinderen zijn want dat ze ons anders allang had weggestuurd, samen met Grace. Ook blijft ze roepen dat huilen niets voor haar betekent en dat ze dat niet mag van de dokter i.v.m met haar bloeddruk, dus daarom drinkt en rookt ze. Wat hebben we een plezier gehad om die Filippijnse ouders van ons. Levende stripfiguren. Ook Dangka begint deze avond alvast met huilen. En wij hebben niet eens de moeite genomen om tussendoor te stoppen.
Donderdagochtend lopen we voor het laatst ons straatje uit. Dag huis, dag hanen, dag buren, dag papa, dag mama. Grace vaart met ons mee naar Ilo Ilo waar wij overstappen op een andere boot en zij iets moet ophalen. In de haven staan Dangka en Chabelita. Chabi was voor dag en dauw naar Dangka gegaan omdat ze mee wilde zwaaien. Na een paar uur had Dangka haar weggestuurd en gezegd dat het nog lang kon duren en dat ze later maar terug moest komen. Één minuut later stond Chabi weer voor de deur.
Daar gaan we. Dangka en Chabi huilend op de kade, wij huilend aan dek. Dangka besluit ons niet meer te willen zien en blijft volhardend met haar rug naar de boot staan. Gek wijf, zoveel liefde, zoveel tranen. Grace is de laatste die we gedag zeggen. Dan ruim 30 uur op een boot, elk uur verder van ons eiland met onze kinderen. We krijgen sms’jes van Dangka dat ze niet kan stoppen met huilen, dat de kinderen voortdurend naar haar toekomen om samen over ons te praten. Misschien klinkt het allemaal heel dramatisch. Dat is niet de bedoeling, maar het is niet anders te beschrijven.
Van Inday, Pepe en Makoy kregen we de laatste dag een brief (zij zijn broers en zus). In die brief beschrijven ze dat wij betekenis aan hun leven hebben gegeven en dat ze zich deze periode niet langer eenzaam voelden. Betekenis… wij gaven het hun en zij gaven het ons. Meaning of life… voor ons allemaal.

We zitten nu op een prachtig eiland, met een zee zo blauw, met de wind zo lekker, met andere eilanden en boten om ons heen. Maar we kunnen er nog niet echt van genieten. We willen naar huis, naar onze vieze straten, naar ons leven daar. Heimwee de andere kant op. Het zal erbij horen. Er is ook zoveel plezier en dankbaarheid in het ophalen van alle herinneringen. Maar het verdriet van achterlaten is nu nog even heel groot.

Palawan is een paradijs, we zien een indrukwekkende fel gekleurde onderwaterwereld, met nemo, blauw koraal en allerlei in en in fel gekleurde beesten en planten, op flits missen we de zeeschildpad (tot mijn grote verdriet), we varen en zwemmen in hel groen of hel blauw water, lopen door de jungle, rollen in het witte zand zien het natuurwonder van de underground river…

jungle 1jungle 2jungle 3

Tussen al dat schoons blijven we intens verlangen naar dat wat we achter hebben gelaten. De hele week halen we herinneringen op, lachen we na, huilen we na. Er zijn zoveel dingen die ik hier niet heb geschreven. Zoals Ken die in de voorstelling zijn fel roze pluchen hondje in de vorm van een tasje vast had en in volle overtuiging vertelde over zijn ‘seahorse’. Of over Bart, die de laatste performance op het grote podium kon komen kijken en zelfs het slotlied mee kon zingen. En er is zoveel meer.
We sms’en ons dol nu het nog kan, en er blijven kinderen aankloppen bij Dangka om ook herinneringen op te halen. Onze laatste bestemming is Manilla. Op het dak van de jeepny-bus rijden we in drie uur naar het vliegveld. De wind suist langs mijn oren en naast me wordt Chris steeds koortsiger. Wat een reis, wat een reis. Heimwee naar alle kanten van de wereld. Maakt het me rijk, of verscheurd het me in allemaal kleine stukjes? Ik weet het even niet.
Manilla is heftiger dan twee maanden geleden. Toen vergeleek ik het met India en dan is het zeer goed te doen. Nu zie ik overal kindjes en mensen op straat die ineens zoveel dichterbij lijken te staan. Al die individuele levens leven na deze reis in mijn hoofd en hart. Ik geef nooit geld op straat, zeker niet aan kinderen. Nu passeert me een kleine jongen op blote voeten, hij zegt ‘mam’ en steekt zijn handje uit, automatisch schud ik mijn hoofd maar bedenk me. Ik haal het kleingeld uit mijn zak en geef het hem, hij kijkt me aan met een rustige blik en zegt “thank you”.
Morgen stijgen we op, hoog, hoog in de lucht verblijven we zo’n 30 uur in niemandsland. Niemandsland, daar wil ik nu wel even zijn.

Halong! – take care
Mabuhay! – lang leven
Palangga palangga… en heel heel veel liefde.

Dag…..

images/stories/Filippijnen/zevendeblog/jeep.jpg