Afscheid in Vijya, reizen, mini-vakantie in het paradijs en start Delhi.

Het was een vol en bewogen weekend. Vol met afspraken en afrondende bezigheden…..

Afscheid van ons Vijayawada-thuis

R:  152 G:  255 B:  162 X:39852 Y:    0 S:   74 Zs:   5 Zp:   8 F:  680 I:    0 ImgVer:08.01.09.10 12 R:  126 G:  255 B:  189 X:43940 Y:39244 S:  472 Zs:   0 Zp:   1 F:  668 I:    0 ImgVer:08.01.09.10

Zondagochtend zijn we samen met Mathaji en twee SKCV-vrienden (onze Vinay van het station en Yswar van de fotowinkel) naar een tempel geweest. Rijke mensen hadden in hun huis een tempel gemaakt. Prachtig versierd met bloemen, en alle mogelijke hapjes en gerechten stonden uitgestald op het altaar. Nadat die geofferd zijn, mogen ze die zelf opeten, want God eet immers niet letterlijk. De vrouw des huizes (vriendin van Mathaji) nodigde ons uit om binnen te komen. We vermaakten ons met de prachtige schommelbank, de hapjes en een Indiaas ritueel dans‘ding’ met schalen (we brachten het er best goed vanaf). Daarna was er weer veel onduidelijkheid over van alles en zijn Tet en ik gaan spelen voor en met de kinderen. Het werd een leuke improvisatie, waar we zelf veel lol in hadden en de kinderen om ons heen fluisterden elkaar toe: “mister Bean”. Wat is het dan toch een heerlijk vak, wat altijd overal leuk is. Ieder mens, groot of klein gaat er minstens van glimlachen.
’s Avonds waren we uitgenodigd door Devasena (principal van het meisjeshuis) om bij haar thuis te gaan eten. Ik ben al niet zo dol op dit soort etentjes, laat staan als je in het Engels moet praten met mensen die ik haast niet versta. Diep ademhalen, glimlachen en gaan. Terwijl we in haar wijk aankwamen, beseften we dat we eigenlijk alleen maar in het centrum van Vijayawada zijn geweest. Hier was het een stuk rustiger, ruimere opzet van straten en huizen. Middenklasse, noemde ze het. Een bovenwoning, vol allemaal Indiase spulletjes, een stenen vloer en met een prachtige (voor mij ouderwetse, omdat ik het zo uit het huis van mijn oma ken) keuken. Hele lieve mensen die zeer dankbaar waren voor ons bezoek. Ik vind het bijzonder hoe iemand die je in een bepaalde context kent en daarin in een beeld hebt gezet, er in zo’n andere situatie totaal anders uit kan zien. Natuurlijk veroorzaakt doordat iemand dan een andere rol heeft, maar ook door het beeld wat je zelf al snel gecreëerd hebt. Tenminste… ik doe dat wel (onbewust).
Het eten werd voor mij een ramp. Het was erg lekker, maar zoveel te veel. Ik werd goed in de gaten gehouden, voortdurend bijgeschept en er werd gevraagd of ik het wel lekker vond. Ik vond het lekker, maar had met het eerste bord eigenlijk al te veel. Mijn ‘nee’ en poging tot uitleggen met ‘ik eet thuis ook niet zoveel’ werd genegeerd en ik deed mijn best om zoveel mogelijk weg te krijgen. Eten is hier zo belangrijk en ik weet dat ik ze beledig, of in elk geval teleurstel, wanneer ik niet veel eet. Op een gegeven moment kon ik echt niet meer. Half grappend, half serieus werd opgemerkt dat ik niets at, dat Maria-sister het veel beter deed en dat ik hen ‘not happy’ maakte als ik niet meer at. Ze bleven bijscheppen en ik voelde me diep ongelukkig: een slechte gast die ook slecht naar zichzelf luistert (want ik probeerde nog steeds door te eten). Ik heb het uiteindelijk maar laten staan en was erg blij toen we terug in de riksja zaten. Voelde me nog even schuldig, maar zette dat toen resoluut van me af. Ik heb mijn best gedaan. Toch was het een bijzondere ontmoeting en leuk om zo van binnenuit iets te zien van het leven van een Indiaas gezin.

Tas inpakken. Wat is die tijd snel gegaan en wat is het gek dat we hier het werken hebben opgestart, hebben geprobeerd, gezocht en afgesloten. Drie groepen, veel mensen… we hebben het allemaal beleefd, maar het lijkt alsof het een droom was. Nu al, terwijl we nog in India zijn. Dag kakkerlakkenkamer, dag hotelpersoneel, dag fotovrienden. Op het station hoorden we: ‘Natasha! Maria!’ en daar liepen twee shelterboys. Ze pakte meteen onze tassen over en we hebben ze stiekem gewoon de fooi gegeven die we anders ook aan dragers zouden geven. Op het perron stond Vinay om ons uit te zwaaien. Een mooi afscheid. Een waardevolle tijd, zowel voor ons als voor hen. Zo voel ik dat wel. Het werk moeten we inhoudelijk nog samen evalueren: Hebben we goede beslissingen genomen, hoe zit het met cultuurverschillen en wat wij deden, hebben ze teveel vrijheid gehad waardoor het vooral ontregelde of niet, was een performance nou nodig en voegde dat wel of niet wat toe, en wat zou beter kunnen of waar zijn we echt in geslaagd? Voor we dit goed kunnen evalueren moet het volgens mij eerst wat bezinken, want daarvoor is geen tijd geweest. We hebben de afgelopen weken alleen maar gewerkt en hebben het druk gehad.

En toen… 20 uur in de trein naar Jhansi. Vol met kakkerlakken, maar met onze buurmannen hadden we het getroffen. Nette mensen, die in waren voor een praatje en het delen van fruit en pixels. Dat laatste was een beetje jammer, aangezien we voor het eerst sinds tijden niet van dat spicy eten hadden, maar met de meegebrachte (spicy!) pixels van de buurman was het direct niet meer te eten). De reis was lang, en vooral de nacht was pittig. Bloedheet. Maar al met al viel het me niet tegen. Tet had veel last van hoofdpijn dus dat was wel naar, maar we zijn heelhuids levend uit de trein gekomen. Er kwamen ’s avonds laat een aantal meiden bij ons in de trein en ik vond het heel grappig om te zien hoe gedrag in een groep jonge meiden die met elkaar op stap zijn (voor studie) toch precies hetzelfde is als bij ons. Zowel het gekibbel als het samen plezier hebben, het net iets beter weten, balen van iemand, samen zingen en iets te veel dramatiek wanneer er iets niet helemaal volgens plan verloopt.
Doodmoe aangekomen in Jhansi overviel ons de kou. Wat een verschil met het zuiden, het leek wel Nederland (aan het begin van het voorjaar). Samen in een deken gevouwen reden we het laatste half uur in een auto-riksja naar Orchha. Hetzelfde resort als waar ik 11 jaar geleden was, samen met mijn ouders, zusje en een reisgroep. Marinde (mijn zusje) had hier vriendschap gesloten met een man uit de keuken, Barry, van wie toentertijd met veel tranen afscheid is genomen. Ik ben benieuwd of ik hem kan vinden.
Omdat alles vol zat, kregen we te horen dat we in de suite moesten. We grapten nog wat over het grote huis wat hoger op het terrein lag, maar onze mond viel open toen dat ook echt ons huis bleek te zijn. Prachtig!! Een kasteeltje, met een tuin, een veranda, een schommelstoel, uitzicht op de rivier en bomen. Stilte. Welkom in het paradijs. Na weken in de smog, de herrie en de viezigheid van de grote stad en alle emoties van het werken en leven tussen de kinderen, hebben we dit wel verdiend. Deze minivakantie van twee dagen zal heerlijk zijn. Destemeer omdat er overdag toch een zonnetje komt en er daardoor een heerlijke lente/begin zomer-temperatuur hangt. Morgen huren we fietsen en vandaag vermaken we ons met rondwandelen, in de zon in slaap vallen en foto’s maken als echte toeristen.

Van missiezuster naar de hemel

R:  144 G:  255 B:  176 X:39852 Y:    0 S:    0 Zs:   0 Zp:   1 F:  649 I:    1 ImgVer:08.01.09.10 R:  162 G:  255 B:  158 X:39852 Y:    0 S:    0 Zs:   0 Zp:   1 F:  659 I:    1 ImgVer:08.01.09.10 R:  138 G:  255 B:  180 X:39852 Y:    0 S:    0 Zs:   0 Zp:   0 F:  651 I:    1 ImgVer:08.01.09.10

Wat een leven hier. In alles tegenovergesteld van de weken hiervoor. Rust, niets te doen, schoon, stilte, toerist zijn, eigen kleren aanhebben i.p.v. de Indiase pakken, groepen witte mensen tegenkomen (of Japanners), doen waar we zin in hebben. Tet noemt het hier Rome in 1600. Waar we ook kijken, staan er enorme graftombes, kastelen en andere prachtige gebouwen. De grond is droog, terwijl we toch aan de rivier zitten en de zon is heerlijk. We huurden vandaag twee fietsen en belandden in kleine wijkjes rond Orchha. Wat is het fijn om weer even zo vrij te bewegen. En wat een plaatjes krijgen we te zien. We werden op de thee uitgenodigd bij een gezin waar een klein baby’tje van een paar weken woonde. Toen ik het in mijn armen had en ze naar me lachte, bedacht ik dat ik 25 jaar geleden precies zo oud was toen mijn moeder me wegbracht en ik in het tehuis kwam te wonen. Kan het toch niet laten om al dat soort dingen aan mijn eigen verhaal te koppelen.
Dat is wel heel leuk hier, we fietsen, of lopen rond en komen vanzelf in allemaal huizen terecht waar we dan even meedansen, publiek zijn of thee drinken en dan weer gaan. Mooie inkijkjes. Vinay belt ons een paar keer op: ‘Are you piepols happy?’ Hij is ‘sad’ omdat hij ons mist en wil weten wanneer we weer komen. Het doet me denken aan het gedichtje dat ik bij de vorige twee reizen ook voorin mijn boekje heb geschreven.

bij haar wassen klein fototje

Reis

En je komt mensen tegen, even,
die verdwijnen als een schim
en ook die nooit meer weggaan.

En plaatsen, die anders zijn
dan thuis, en sommige net als thuis
maar nooit als dromen, nooit als
hoe je dacht dat het ver weg zou zijn.

En als je terug komt
zal het al wat eerder donker zijn
s ‘avonds, in ’t oude huis met oud behang
zie je alles voor het eerst.

En zelfs de sterren en wat daar achter is
zijn anders, worden wakker
in je hoofd
na elke reis een nieuw heelal.
– Leendert Witvliet

Voor het eerst suist ‘we gaan over niet zo lang weer naar huis’ door m’n hoofd. Gek, en wat dan? Wat gebeurt er dan met alles wat we hier beleefd hebben, hoe vindt dat z’n plek? Ik blijf er even bij hangen maar schuif het dan resoluut weer aan de kant. Er staan nog mooie avonturen op ons te wachten. Terug naar het nu, Orchha…
Barry woont en werkt niet meer in Orchha. Jammer. Twee maanden geleden (maar dat kan net zo goed twee jaar geleden zijn) is hij naar een dependance van het resort overgeplaatst, 4 uur rijden hier vandaan. Hij werd herkend van de foto’s die ik liet zien.

Ons paleisje is een cadeau. We zitten nu beiden op onze veranda te typen, Tet in de schommelstoel, ik op de grond. Tja, dat verschil zal niet verdwijnen deze reis. Sinds we iemand op straat hoorden zeggen: ‘I’m not your koelie’, spelen we geregeld dat ik Tet haar koelie ben. Ik krijg dan een mep of wordt gecommandeerd. Over het algemeen vinden mensen het grappig, maar bij de ATM in Vijya kregen we (nou ja, ik dan) op ons kop dat dit geen plek was om te spelen.
Ik ga zo mijn haar wassen in de rivier.

Van Zuid naar Noord, Indiase meisjes, wederom terug in de missie.
Nog weer ruim 400 km verder naar het noorden. We hadden al eerder op het nieuws gezien dat dat een hoop met de temperatuur zou doen. We waren dus voorbereid, maar wat was het koud bij onze aankomt in Delhi. ‘s Nachts koelt het hier af naar 6 graden, en dat is een enorme overgang, aangezien we in Vijaya niet ver onder de 30 kwamen. We zijn de eerste dag, na rillend op het dak ons ontbijt te hebben genuttigd, direct naar een market gegaan om de mutsjes en vesten die iedereen hier draagt, te kopen. Koud, koud. Gelukkig warmt de zon overdag wel weer op naar 22 en als het goed is, wordt het de komende dagen steeds beter. Als ik in de spiegel kijk, zie ik een zuidelijk gebruinde huid die nu een noordelijk uiterlijk heeft. Leuk! Mensen vragen hier natuurlijk weer waar ik vandaan kom, nu noem ik gewoon de wijk Gautum Nagar. De plek die ik één dezer dagen ga opzoeken, de wijk waar ik het niet zal kunnen laten om gezichten van vrouwen af te speuren op bekende gelaatstrekken.
Maar eerst een afspraak met Jim. We zullen hier maar een paar dagen kunnen werken, omdat we in een programma komen waar het weekend vrij is.

Zoals gebruikelijk in India gaat het eerst lekker mis met tijden en plaats van ontmoeten. Na heel wat sms’jes en telefoontjes vinden we elkaar om samen te eten. Het restaurant staat in de Lonely Planet en zat dan ook helemaal vol met toeristen. Ik vond het leuk om Jim weer te zien. Hij is duidelijk ouder geworden en echt goed ken ik hem niet, maar toch bijzonder om een bekende kop te zien hier. Hij vertelde over de veranderingen van het huis Shishu Sangopan Griha. Het is inmiddels al 5 jaar geen kindertehuis meer. Na 30 jaar in de adoptiewereld te hebben gezeten zijn ze daarmee gestopt en nu hebben ze de naam: ‘Child in crisis’. Ze hebben veel verschillende programma’s. Van groepen kinderen tot gezinnen. De kinderen waar ze nu mee werken hebben allemaal ouders, maar wonen in slums. ’s Middags gaan ze naar een (gratis reguliere) school en ’s ochtends hebben ze hier een programma wat per dag/week kan verschillen. Het gaat over ontwikkelen van vaardigheden, over het leren samenwerken, het verantwoordelijkheden nemen. De oudsten van de groep zijn rond de 16 en de jongsten rond de 5 jaar. De ouderen worden tot groepsverantwoordelijken gemaakt. Veel kinderen hebben te maken gehad met geweld en verwaarlozing, bovendien komen ze allemaal uit een omgeving zonder educatie. Er wordt dus ook aan schoolbegeleiding gewerkt.
Helaas is er waarschijnlijk weinig ruimte voor ons om te werken. Dit was wel een beetje teleurstellend, omdat we al zo vaak vanuit Nederland hebben aangegeven wat onze mogelijkheden waren, wat we wilden en er is veel ruimte geweest om samen met hen te kijken naar wat goed zou passen. Maar zoals dat hier in India werkt, het leeft pas als je er bent. En een Nederlandse planning die loopt hier gewoon niet. Pas maandag weten we wat er kan, in het minste geval kunnen we alleen maandag en woensdag werken. Te weinig om wat dan ook op te bouwen. Over onze plannen om dan zelf de slums in te gaan, was Jim heel duidelijk ‘veel te gevaarlijk’, dus ook dat viel weg. Na het eten bracht Jim ons in een enorme wagen naar het hotel. Wat ziet India er dan anders uit… wat een uitersten… we kwamen een beetje bedremmeld aan in het hotel. Na dagen van reizen en een vakantietje waren we nu wel weer toe aan onze laatste werksprint: ‘Nu zijn we hier nog, nu kan het nog en laten we er alles uithalen’  …Niet dus.

We sliepen er een nachtje over en besloten om toch zelf op pad te gaan, niet naar de slums, maar naar het grote Central Park. Ons ontbijt op het dak liep uit op een repetitie, waarbij we over de grond rolden, transformeerden tot Siamese tweeling, Annemaria-koekoek speelden en een uitgebreid schijngevecht hadden. Van koelie tot baas, van huilen naar lachen. We toverden onze Indiase werkpakken weer tevoorschijn, die met dit plan meer op clownspakken leken en we vroegen in het hotel of we twee bezems (dat zijn hele andere dan in Nederland) mochten lenen. Het thema van deze missie luid als volgt: ‘Cleaning of India (whole India) because this land is dirty!’ En dan vergeet ik nog te zeggen dat onze mutsjes (dezelfde) onze outfit àf maakten.
Op weg naar het park merkten we al dat de bezems een schot in de roos waren. Dat wij met die dingen liepen, veroorzaakte al veel reacties. Dit zetten we door en we poetsten riksja’s, autobanden en de straat voor de voeten van mensen. In het park improviseerden we er geruime tijd vrolijk op los. Ons publiek bestond helaas niet uit kinderen maar uit een enorme groep mannen en jongens. Ze hadden veel plezier en niet minder belangrijk, wij ook. Wat een pret om te struikelen over de waterslangen, om bang te zijn voor water, om elkaar kwijt te zijn (Jan Klaassen-stijl), om een schijngevecht te hebben en het publiek een beetje uit te dagen, door ze partij te laten kiezen.
Het was heel duidelijk dat zodra het wat abstracter werd (er lag een laagje water op de grond en wij maakten grote stennis omdat we er niet over heen durfden) dan pakten ze het niet. Je kunt immers toch gewoon over het water lopen. Maar actie – reactie werkte goed.
Toen we even wilden uitblazen, merkten we dat we eigenlijk niet meer in dat park konden zijn. Mensen bleven ons volgen en kwamen te dichtbij zitten. We besloten te gaan en terwijl we op zoek gingen naar een opticien (waar we toch nog heen moesten) ontstonden er op straat allemaal kleine situatietjes. Af en toe kon ik haast mijn lachen niet inhouden. De verbijsterde gezichten. In Nederland zouden mensen ook kijken, maar hier is dit helemaal vreemd. Sommige momenten was het even eng, maar doordat we dan snel door konden, was dit goed te doen. Iedereen wilde weten waarom we aan het schoonmaken waren, ons antwoord was duidelijk: ‘We maken India schoon want het is een vies land, we zijn opgebeld door de regering met die vraag’. Ongeloof en veel gelach. We werden bedankt wanneer we voor iemands voeten of rond iemands stalletje de vloer veegden.
Een dag vol plezier. We hopen deze week nog wel plekken te vinden waar kinderen zijn, zodat we meer met hen kunnen spelen. Maar het was ontzettend leuk om te doen (en moeilijk om mee te stoppen; zo vegen we bij binnenkomst van het hotel eindeloos onze voeten en struikelen we op de trap om daar vervolgens zelf heel hard om te moeten lachen…) Die arme Indiërs, ze hebben twee malloten binnengehaald.

Morgen is de dag dat we gaan zoeken naar mijn oude huis.
Voor wie niet precies weet hoe het zit. Ik heb ongeveer 8 maanden in het kindertehuis Shishu Sangopan Griha gewoond. Dit tehuis is een paar jaar nadat ik naar Nederland was gegaan, verhuisd. Marinde, mijn zusje, heeft in het nieuwe gebouw gezeten. Dit nieuwe gebouw heb ik twee maal eerder bezocht, de eerste keer met de rootsreis en later met Leroy. Het huis waar ik zelf heb gewoond, heb ik nooit eerder bezocht… en dat ga ik nu dus doen. Ik ben te vondeling gelegd met behulp van een speciaal systeem, waarbij er een rieten mandje in de muur van het huis zit met daarboven een belletje. Vrouwen kunnen daar een kindje in leggen, waarschuwen met het belletje en zelf verdwijnen.

Voor vertrek heb ik de adoptiepapieren gekopieerd waar het adres op staat: 106A, Gautum Nagar. Net onder het getypte adres het zwart-wit fotootje met nietjes aan de zijkanten. Een klein bruin kindje met enorme ogen. Ze lacht niet, lijkt eerder angstig. Ik staar er een tijdje naar. Iets verder in de papieren: ‘Birthday unknown’. Het is maar een huis wat ik ga zoeken, een huis wat nu misschien een gewoon woonhuis is, in een wijk waar mijn moeder misschien uren voor heeft moeten reizen voor ze er was. Het zou zelfs kunnen dat zij me niet heeft neergelegd, maar iemand anders. Toch wil ik daar zijn, die plek waar mijn lijf heeft gewoond, mijn zintuigen hebben geroken en geproefd. In mijn hoofd maak ik plaatjes dat ik tijdens het zoeken van het huis mijn moeder vind. Ik weet niet eens of ik dat echt zou willen. Spannend. Spannend omdat het enerzijds ‘niets’ is en anderzijds het meest letterlijke wat ik hier terug kan vinden. Jim zei dat we dat niet gaan vinden omdat India een chaos is en geen straatnamen heeft (of wel heeft, maar niemand kent ze). Toch gaan we het doen. Voor deze reis had ik bedacht dat ik dit deel alleen wilde doen. Nu ben ik blij dat Tet met me mee gaat. Na weken van delen en samen zijn ben ik dankbaar dat ze deze week, op deze plekken, met deze zoektocht in mijn geboortestad, dicht naast me staat.

De volgende blog zal ik over de zoektocht vertellen en over het terug zijn in het tehuis waar nu zoveel veranderd is. En natuurlijk over ons werk daar. Onze laatste week… ademhalen en alles opnemen. Wat een land… Wat een reis…

31 32 33