Aangekomen in ons gastgezin

Uitgeput en trillerig, van de warmte en jetleg komen we vrijdagavond aan in ons gastgezin….
We hebben er dan zo’n 56 uur reizen op zitten, waarin 4 vluchten en één overnachting in Manilla. Ik ben gesloopt. De laatste binnenlandse vlucht naar Bacolod was adembenemend. De enorme zee en al die eilandjes onder ons, waarvan sommige onder water en andere met zowel bergen als platteland. Op het vliegveld worden we afgehaald door Grace en Samson. Grace zal onze tolk zijn bij het werken en waarschijnlijk zal Samson het eten voor de kinderen bereiden terwijl we aan het werk zijn. Hij: een zwijgzame introverte indiaan, zij: een vrolijk babbelende vrouw die haar Nederlandse vocabulaire graag met ons deelt: ‘scheet’ en ‘godverdomme’. Dit laatste ondanks het katholieke geloof, wat de meeste mensen hier hebben. Zo is het eerste contact vrolijk en ongedwongen.

Aangekomen bij het gastgezin. We lopen een heel smal weggetje in, met veel groen en aan weerszijden huizen, soms van steen, soms van hout gemaakt. Ons huis is van steen en heeft een prettige buitenplaats, waar veel gezeten wordt. Er lopen uitgemergelde katjes, kippen en hanen aan touwtjes (worden gebruikt voor gevechten). Ons gastgezin met onze ‘papa en mama’. Het zijn zeer vriendelijke mensen, moslims die varken eten, veel drinken en roken. Fijn is dat ze zowel vriendelijk als op zichzelf zijn (nu ik dit terug lees voeg ik er aan toe ‘als ze eenmaal beginnen te praten stopt het niet meer, maar de papa is wel een held in kakkerlakken vangen). Chris en ik delen voor de eerste nachten een kamer. De bedoeling was twee gastgezinnen zodat we niet op één kamer hoefden, of één gastgezin waar we twee aparte kamers zouden hebben. Toen we vertrokken uit Nederland leek het dit laatste worden, maar hier aangekomen was dat toch niet mogelijk. Misschien later. Voor nu is het wel fijn, want het is best heftig. Wie mijn India blog heeft gelezen weet dat beestjes niet mijn grootste favoriet zijn. Wel… de kakkerlakken zijn hier twee keer zo groot en de spinnen zijn helemaal reusachtig en dan heb ik het nog niet over ratten en aanverwanten. Ik moet even slikken en prijs me meer dan dankbaar dat ik een klamboetent(!) van mijn ouders heb gekregen, ‘zodat ik overal toch een veilig plekje zou kunnen maken’.

img_0075 img_0080

Er is in huis één kraan met stromend water, douchen doe je met bakjes water en zo spoel je ook de wc door en vul je de afwasteil. Riksha’s heetten hier Tricycles en er rijden Jeepny’s (een soort jeep busjes). Wanneer we naar de markt rijden om groente en rijst te kopen geniet ik van de wind. Het is zeer warm en het windje maakt dat het uit te houden is. Het is anders dan India. Minder hectisch, minder vies, maar ook minder kleurrijk, we worden minder aangestaard en niet voortdurend belaagd. Het landschap en de straten zijn veel groener, overal staan (o.a.) hoge palmbomen en het lijkt in het eerste opzicht alsof mensen minder op straat leven. Bacolod wordt ook wel de stad van de lachende gezichten genoemd. Dat klopt wel. Iedereen groet met een brede glimlach.

Ik vind het pittig om steeds met mensen te zijn. We zijn hier nog niet thuis en staan in een afwachtende volgende houding. Wat oké is, maar bij mij is de grens van chat-talk en voortdurend in gezelschap zijn, snel bereikt. Hier moet ik mijn weg in gaan vinden want nu is het vermoeiend en gaat het steeds net over mijn grenzen heen. Maar dit wist ik van te voren dus ik ben benieuwd hoe ik daar mijn weg in ga vinden.<br />Het voelt alsof ik weinig woorden heb, ik ben hier en ben tegelijkertijd nog in een soort niemands land. Ik vind nog niets, ben moe en nog niet echt geland, het is echt letterlijk ver ver van huis. Chris zei gister ‘ik wil wel naar mama maar niet huis’. Daar kan ik me wel bij aansluiten. Op dit moment is Chris samen met Grace aan het koken, buiten op een vuurtje en stenen. Ik ga maar eens kijken. Later meer.

Oudejaarsavond. We worden opgehaald door Grace om naar het huis van Danka en Samson te gaan, waar we uitgenodigd zijn om te komen eten. In de Jeepny zien we prachtige taferelen van palmbomen, een ondergaande zon, uitgestrekte velden met suikerplanten en hutjes en huisjes in wijken of soms tussen de velden. Dit alles is van een onwerkelijke schoonheid. We passeren een Tricycle waar Danka in blijkt te zitten. En blije ontmoeting op straat. Wat een lieve vrouw is dat (Danka is de derde collega waar we mee gaan werken). Ze neemt ons bij de arm en we lopen een wijkje in waar de straten bestaan uit smalle paadjes met aan weerszijden minihuisjes tegen elkaar aan ‘gestapeld’. Ook al hebben de meeste huizen maar één of twee ruimtes, haast iedereen heeft een tv die hard aanstaat. Westerse MTV muziek schalt ons tegemoet van meerdere kanten. Een vreemd contrast met het plaatje dat we zien. Voor het eten hebben we een kort overleg waaruit het eerste werkschema ontstaat. Zoals het er nu uitziet, gaan we in elk geval op vier plekken de voorstelling spelen. Dus dat is fijn.

img_0136 img_0152

En dan is het Oudejaarsavond en worden we aan de hand van onze ‘pappie en mammie’ door de wijk geleid om het Nieuwjaar te vieren. De wijk voelt nog altijd meer aan als een camping waar de sta-caravans en hun bijbehorende, te kleine tuintjes, te dicht op elkaar gepropt staan. We zijn omgeven door dronken Filippijnen van 50 jaar en ouder die blijven herhalen dat we mooi zijn. Gelukkig zijn er ook kinderen die graag met ons willen dansen en kletsen dus wij vermaken ons daar. Dit was de meest bizarre jaarwisseling ooit.
Nieuwjaarsdag vieren we met Grace en haar hele familie op het strand van Bacolod. Een strand bezaaid met afval en donkerbruin maar lekker warm zeewater.
Ik vind het fijn om me af te zonderen en in mijn eentje langs de vieze waterlijn te lopen. De prachtige boten te bekijken en over het water of naar de waaiende palmbomen te staren…

Morgen beginnen we met werken. Toen we in de Tricycle zaten, op weg naar Danka, passeerden we een groepje van ‘onze kinderen’. Ze waren het laatste afval aan het zoeken om voor de jaarwisseling klaar te zijn. Ze stoven op ons af om zich voor te stellen. Een onroerende ontmoeting. Er zijn in dit land zulke bizarre tegenstellingen. Anders dan in India is het op een bepaalde manier zeer westers. Dat heeft denk ik ook te maken met het feit dat de bevolking hier Christelijk is (in een niet strenge vorm), de kleding is Westers, alle mogelijke Westerse producten zijn hier te koop (wanneer je een shopping mall binnenkomt waan je je in America!) en natuurlijk de westerse muziek die je voortdurend overal hoort. En dan de ontmoeting met deze kinderen, die op straat leven, zonder iets, en afval verzamelen om aan geld te komen. Wat ben ik blij en dankbaar dat we met hen mogen werken!

Dan sluit ik af met waar ik eigenlijk mee had moeten beginnen: Gelukkig Nieuwjaar allemaal!!

Narhea